taalgebruik

Mijn vader was jurist. Hij zei altijd: “Je moet luisteren naar wat de mensen zeggen, niet naar wat ze bedoelen.” In zijn vakgebied is dat waarschijnlijk wel de gewoonte, maar in het dagelijks leven is het toch anders. We hebben het niet voor niets over “een goede verstaander….”

Hoe vaak hoor je niet iemand zeggen: “Ik heb een collega die…..” Nou denk ik dan, dat is een groot bedrijf. Maar ja, hij zégt wel dat hij een collega heeft, maar dat bedoelt hij niet. Ingaan op de letterlijke betekenis van iemands uitspraken kan soms ongewenste reacties oproepen.

Ik kan mij nog levendig zo’n situatie herinneren. Ik werkte in een groot restaurant in Rotterdam. Op een drukke avond werd ik, terwijl ik met mijn handen vol met gerechten liep, tegengehouden door één van de gasten. Hij vroeg: “Ober, hoe kom ik bij het toilet?” Ik zei: “Nou mijnheer, dan moet u eerst uw linker voet naar voren zetten, en dan uw rechter, dat noemen we lopen….”  Deze reactie werd me niet in dank afgenomen.

Woordspelingen kunnen natuurlijk niet bestaan zonder al die woorden met meerdere betekenissen, al dan niet veranderend door de verschillende uitleg, een verschil in klemtoon of anderszins.  Cabaretiers maken daar dankbaar gebruik van. Ik vind het helemaal mooi als de woordgrap twee talen combineert:

“Conaissez-vous Gaaikema?”  “Quel Gaaikema?” “Seth Gaaikema!”

Dit is één van de dingen die mij ook nog bezig houden.

Een gedachte over “taalgebruik”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *