Duurzaamheid

Koken, eten, gezelligheid. We noemen het in één adem. Het hoort bij elkaar als een drie-eenheid. Toch is het nodig af en toe stil te staan bij de gevolgen van onze grenzenloze consumptie.

Drie problemen

De cijfers in Nederland liegen er niet om.  De totale geschatte verspilling van de Nederlandse consumenten bedraagt € 2,5 miljard. Bijna één-zevende van wat we als eetbare producten kopen, wordt weggegooid.  De producenten en de handel verdubbelen dit bedrag nog eens. En het gaat niet alleen om de producten zelf. Consumenten zitten aan het einde van de keten. Voordat het voedsel zo ver is gekomen, is er al veel energie in gestoken voor teelt, bewerking en transport. Een aardige hoeveelheid kooldioxyde-uitstoot komt daar dus nog bij. De Nederlandse overheid heeft zich ten doel gesteld deze verspilling in 2015 met 20% te  verminderen, vergeleken met de cijfers van 2009.

Naast de verspilling hebben we te maken met de luxe van de globalisering.  We laten boontjes komen uit Kenia, rundvlees uit Argentinië en wijn uit Australië. Nederlandse garnalen worden gepeld in Marokko en komen dan weer terug. Wat van ver komt is lekker! Honderd jaar geleden hadden we geen supermarkt met producten uit de hele wereld. Je kocht je spullen bij de slager, de bakker en de kruidenier in de buurt.

De groeiende bevolking zorgt er voor dat we steeds meer moeten produceren op minder ruimte. Toenemende welvaart in opkomende economieën zorgt ook voor meer vraag naar vlees. Voor de productie hiervan is relatief veel voer nodig. Om de productie hoog te houden zijn pesticides en kunstmest vaak gebruikte hulpmiddelen. De vraag is of we dit rendabel kunnen blijven doen.

Oplossingen?

Het belangrijkste voor ons als consument is de bewustwording. Vaak doen we dingen zoals ze ons geleerd zijn. Zo hoef je van de broccoli de stelen niet weg te gooien. Dat scheelt ongeveer een derde. Biologische en diervriendelijke producten dragen ook een steentje bij, al zullen ze op de lange duur niet de oplossing blijken te zijn. Producten van lokale telers gebruiken, helpt natuurlijk ook. Zelf ben ik voorstander van het gebruik van andere eiwitproducenten. Daarover later meer.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *